Dit artikel verscheen eerder in Bouwwereld.

23 september 2025

Nieuwe eisen voor vluchtroutes in woongebouwen onnodig streng

Het Bbl heeft vorig jaar een belangrijke wijziging ondergaan met de introductie van artikel 6.15a. Dit artikel richt zich specifiek op de vluchtveiligheid in zowel bestaande als nieuwe woongebouwen. Wat is de achtergrond van deze wijziging, en hoe zit het met de – in onze optiek – onbedoelde gevolgen ervan?

Artikel 6.15a is ontstaan uit de noodzaak om de vluchtveiligheid te verbeteren. Een aantal incidenten maakte duidelijk dat de veiligheid in de praktijk niet in orde was. Een voorbeeld daarvan is de flatbrand in Arnhem, waarbij een bankstel in de entreehal vlam vatte en de aanwezigen in de lift niet konden vluchten.

Met name de brandweer vond dat de regelgeving voor het vrijhouden van vluchtwegen onvoldoende duidelijk en te algemeen was. De specifieke zorgplicht voor het brandveilig gebruiken van bouwwerken is in artikel 6.4 van het Bbl als volgt omschreven: ‘Iedereen die een bouwwerk gebruikt of laat gebruiken en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van dat gebruik een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om zo’n situatie te voorkomen. Dit betekent meer concreet dat moet worden voorkomen:

  • dat brandgevaar wordt veroorzaakt,
  • dat bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt,
  • dat de melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd,
  • dat het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd,
  • dat het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd, en
  • dat er op een andere manier gevaar voor de brandveiligheid ontstaat of voortduurt.’

De specifieke zorgplicht in artikel 6.4 ten aanzien van het brandveilig gebruik van bouwwerken wordt met artikel 6.15a – in werking getreden per 1 juli 2024 – concreet gemaakt voor de gemeenschappelijke verkeersruimtes in woongebouwen waardoor een vluchtroute voert. De regelgeving is nu duidelijker en de zorgplicht is verder uitgewerkt. Dat moet gemeenten en woningeigenaren helpen toezicht te houden op de brandveiligheid in de gebruiksfase van woongebouwen. Daarnaast ondersteunt het de communicatie hierover met bewoners.

Nieuwe eisen voor vluchtroutes in woongebouwen onnodig streng

MEER WETEN?
Neem contact op met een van onze adviseurs.

Inhoud artikel 6.15a

Artikel 6.15a beoogt dat er op de vluchtroutes van een woongebouw geen brand kan ontstaan door de aanwezigheid van brandgevaarlijke objecten. Het beperken van brandbare materialen in vluchtroutes vermindert het risico op brand, en dus het gevaar voor vluchtende personen. Dit wordt in artikel 6.15a van het Bbl als volgt omschreven:

‘In een gemeenschappelijke verkeersruimte van een woongebouw waardoor een vluchtroute voert, zijn geen brandgevaarlijke objecten aanwezig zoals meubilair, fietsen, scootmobielen, afvalstoffen, kratten en decoratie.

Meubilair en decoratie zijn wel toegestaan als het van metaal, steenachtig materiaal of glas is, het materiaal onbrandbaar is volgens NEN 6064 of het materiaal voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1.

Objecten voor bewegwijzering en informatie aan de bewoners, een foto, een schilderij of een andere afbeelding met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 m² en een deurmat met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 m² bij de toegang van een woning zijn wel toegestaan.’

Bestaande en nieuwe woongebouwen

Artikel 6.15a geldt voor zowel bestaande als nieuwe woongebouwen. Wat zijn de gevolgen van het artikel voor het ontwerp en gebruik van een woongebouw? In een woongebouw loopt normaliter door elke gemeenschappelijke verkeersruimte een vluchtroute vanaf de woningvoordeur naar het aansluitende terrein. Artikel 6.15a is van toepassing op al deze gemeenschappelijk verkeersruimten, inclusief een hal, galerij of dakterras waar woonvoordeuren aan grenzen.

Volgens de toelichting op het Bbl was artikel 6.15a niet bedoeld als verzwaring op de regelgeving, maar om deze te verduidelijken. Maar in de praktijk wordt het artikel wel degelijk als verzwaring ervaren, zeker wanneer er meerdere onafhankelijke vluchtroutes aanwezig zijn.

De strengere materiaaleisen leveren een forse gebruiksbeperking op voor bijvoorbeeld de entreehal van een woongebouw. De welbekende postkasten in de entreehal kun je wel onbrandbaar uitvoeren, maar de post zelf blijft uiteraard brandbaar. Hetzelfde geldt voor pakketboxen, die tegenwoordig steeds vaker aanwezig zijn. Op basis van de aangescherpte regelgeving is het ook niet meer mogelijk zitjes in de entreehal te creëren, terwijl die toch bijdragen aan een prettigere leefomgeving.

Plantenbak in vluchtweg gevaarlijk?

Ook bij zorgwoningen, waar het realiseren van gezellige ontmoetingsruimten voor de bewoners wenselijk is, levert de nieuwe regelgeving de nodige uitdagingen op. Hoe creëer je een fijne ruimte met alleen maar onbrandbare materialen, zónder de nodige schilderijen en planten? In een uitzending van het televisieprogramma De Rijdende Rechter werd aandacht besteed aan een situatie waarin een kunststof plantenbak op een dakterras niet toegestaan was. Het dakterras diende namelijk als vluchtweg. De plantenbakken moesten opeens worden weggehaald, terwijl deze situatie al jarenlang hetzelfde was. Levert zo’n plantenbak nu echt zo’n gevaar op voor de vluchtveiligheid, of zijn we een beetje doorgeslagen?

Bij nieuwbouw levert het artikel uitdagingen op voor het ontwerp en de indeling van het woongebouw, vooral als het gaat om efficiënt gebruik van de ruimte. Voor bestaande woongebouwen kan de invoering van artikel 6.15a zelfs leiden tot renovaties of aanpassingen, terwijl de vluchtsituatie lang niet altijd onveilig is. Wij voorzien hierbij problemen met de handhaving. En waar plaats je de postkasten als deze niet in een gemeenschappelijke verkeersruimte mogen staan?

Alternatieve vluchtroutes

De wetgeving geeft veel duidelijkere handvatten voor het veilig gebruiken van bouwwerken. Maar als die regels te strikt worden toegepast, kan dat onbedoeld leiden tot een onrealistische en onnodige verzwaring van de bouwregelgeving. Het is verstandiger om goed na te denken over het ontwerp en duidelijke keuzes te maken: creëer zones waar meer mag, en zones waar weinig brandbaar materiaal is toegestaan. Als je alles verbiedt, vergroot je juist de kans dat mensen toch iets gaan neerzetten. In het geval van de eerder genoemde, uiterst trieste flatbrand in Arnhem, had de nieuwe regelgeving geen oplossing geboden. Destijds was het ook al duidelijk dat er geen bankstel in de entreehal mocht staan. We weten dat in veel (portiek)flats de entree op de begane grond als opslagruimte wordt gebruikt. Dat mocht voor de inwerkingtreding van artikel 6.15a niet, en nu nog steeds niet.

Wanneer er slechts één vluchtroute is, is het logisch om bijna geen brandbare inrichting toe te staan. Wanneer er echter sprake is van een alternatieve vluchtroute, levert het nauwelijks extra gevaar op. De hele regelgeving voor veilig vluchten is immers al jarenlang gestoeld op twee principes: er zijn twee onafhankelijke vluchtroutes en het is aannemelijk dat er geen brand in twee verschillende vluchtroutes tegelijkertijd is. Zo kunnen mensen altijd de alternatieve vluchtweg nemen en is er sprake van voldoende vluchtveiligheid. De tekening licht het principe van de vluchtroutes toe.

Met dit in het achterhoofd hebben we twee situaties omschreven die op basis van artikel 6.15a niet mogelijk zijn, maar die voldoende vluchtveiligheid bieden omdat er een alternatieve vluchtroute aanwezig is.

Voorbeeld van een flat met twee vluchtroutes. Als er brand ontstaat in de brandbare vluchtweg, kunnen bewoners de alternatieve vluchtroute nemen.

Voorbeeld van een flat met twee vluchtroutes. Als er brand ontstaat in de brandbare vluchtweg, kunnen bewoners de alternatieve vluchtroute nemen.

Voorbeeld 1 – woonzorggebouw

Een gebruiker wil in een aantal verkeersruimten ontmoetingsplekken voor bewoners realiseren. Die voor een tweedeling in ruimten waar dit wel mogelijk is, en ruimten waar dit niet mogelijk is. De ruimte waar je vanuit de woning direct in komt, wordt uitgevoerd als ‘kale verkeersruimte’ zonder brandbare inrichting. Deze ruimte is namelijk essentieel voor het vluchten vanuit de woningen. Vanuit deze ruimte kun je in twee richtingen vluchten. Beide richtingen leiden naar een andere ruimte waar wél ontmoetingsplekken kunnen worden gerealiseerd. Deze ruimten zijn branden rookwerend gescheiden van de eerste ruimte. Bij brand in een van deze ruimten, is het veilig om vanuit de woningen te vluchten via de andere ruimte. De nieuwe eis maakt het echter onmogelijk om binnen deze zones brandbare inrichting toe te staan.

Voorbeeld 2 – woongebouw met wokkeltrappenhuis

Een woongebouw met wokkeltrappenhuis heeft twee trappen in de kern. Vanuit een van de trappen kun je via een gang naar buiten vluchten. Deze gang is rondom brand- en rookwerend gescheiden van de aangrenzende ruimten. Vanuit de tweede trap kun je naar de entreehal vluchten. Deze entreehal is royaal ontworpen, zodat het een prettige ruimte is om het gebouw te betreden. In de entreehal is ruimte voor post- en pakketkasten. Daarnaast biedt de entreehal ruimte voor bijvoorbeeld een zitje en andere aankleding. De entreehal is brand- en rookwerend gescheiden van de trappenhuizen en de lifthal. Zo kun je altijd veilig vluchten via de andere vluchtroute en kan ook de (brandweer)lift veilig gebruikt worden.

Aanpassing in het Bbl

We merken dat het bevoegde gezag en de veiligheidsregio’s onze mening met betrekking tot veilig vluchten in veel gevallen delen. Zij staan bouwplannen toe waarbij wordt afgeweken van artikel 6.15a als er sprake is van een alternatieve vluchtroute als gelijkwaardige maatregel. Het moet echter niet nodig zijn om voor dit soort veelvoorkomende en voldoende veilige oplossingen telkens weer een beroep op gelijkwaardigheid te doen. Volgens LBP|Sight staat in artikel 6.15a van het Bbl ten onrechte ‘gemeenschappelijke verkeersruimte’, waar ‘extra beschermde vluchtroute’ of ‘bij een enkele vluchtroute’ had moeten staan. We stellen dan ook voor om deze omschrijving in het Bbl aan te passen, om de onbedoelde verzwaring van de bouwregelgeving – voor nieuwbouw, maar vooral voor bestaande bouw – teniet te doen. De vluchtveiligheid is in praktijk dan nog steeds gegarandeerd, maar wel met een bruikbaar woongebouw waarin een prettige leefomgeving wordt gecreëerd.

Vakgebieden (1)

Medewerkers (1)

Adviseur Annelot Kreulen-Roos
Annelot
Kreulen-Roos
Adviseur brandveiligheid