Samen werken aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving?
- BezoekadresKelvinbaan 40 (2e etage), 3439 MT Nieuwegein
- PostadresPostbus 1475, 3430 BL Nieuwegein
- Telefoon030-2311377
- E-mailinfo@lbpsight.nl
Dit artikel verscheen eerder in Bouwwereld.
1 september 2025
In een reeks opiniestukken onderzoekt advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT de transitie naar duurzaam materiaalgebruik in de bouw. Het bureau verzamelt dagelijks kennis en ervaring over duurzaam materiaalgebruik vanuit zowel de bouw-, leveranciers- en grondstoffensector. Met deze inzichten wil LBP|SIGHT bijdragen aan de verduurzaming van de bouwsector.
In het vorige artikel, ‘Waarom het MPG-systeem dringend aan verbetering toe is’, besprak Michel Diekema technische knelpunten in de MPG-systematiek. Nu richten we ons op een andere cruciale schakel: hoe duurzaamheid wordt meegenomen in bouwtenders. Hoe vertaal je ambities naar toetsbare eisen? En hoe voorkom je dat duurzaamheid een rekensom zonder inhoud wordt?
Op basis van praktijkervaringen deelt Janneke van der Weerd observaties en aanbevelingen om duurzaamheidsuitvragen scherper en effectiever te maken. Want écht duurzaam bouwen vraagt om meer dan een lage MPG-score – het vraagt om visie, deskundigheid en daadwerkelijke impact.
Duurzaamheid krijgt steeds meer gewicht in bouwtenders. Opdrachtgevers vragen om lage MPG-scores, circulaire oplossingen en minimale CO₂-uitstoot – een positieve ontwikkeling die aansluit bij de ambitie van Het Nieuwe Normaal: duurzaam bouwen als standaard, niet als uitzondering. Toch blijft de beoordeling vaak steken op cijfers zonder context. Een lage MPG-score zegt weinig over de werkelijke duurzaamheid van een ontwerp.
Bij LBP|SIGHT zien we dat duurzaamheidsambities niet altijd goed landen. De MPG-systematiek laat ruimte voor interpretatie. Inschrijvers sturen op lage scores – soms met twijfelachtige keuzes – terwijl opdrachtgevers niet altijd de expertise hebben om dit kritisch te beoordelen. Zo verschuift de focus van impact naar cijfers.
Als bureau begeleiden we inschrijvers en uitvragers bij het formuleren en beoordelen van duurzaamheidsambities. Drie principes maken het verschil:
1. Beoordeel de inhoud, niet alleen het cijfer
Een MPG-score zonder context zegt weinig. Vraag naar onderbouwing: welke keuzes zijn gemaakt, waarom, en wat is het effect op levensduur, onderhoud en herbruikbaarheid?
Bijvoorbeeld: biobased plaatmateriaal lijkt duurzamer dan een spouwmuur met baksteen, maar dat beeld verandert bij nadere analyse. Hoeveel is écht biobased? Hoe zijn onderdelen verbonden – met lijm of schroeven? En kunnen ze eenvoudig worden losgemaakt en hergebruikt? Een niet-losmaakbaar biobased gevelpaneel met veel bevestigingsmateriaal scoort misschien goed op MPG, maar minder op circulariteit. Daartegenover staat bijvoorbeeld een gevel met bakstenen op een kliksysteem, die later eenvoudig herbruikbaar zijn. Stel als uitvrager daarom eisen die verdergaan dan het eindcijfer – beoordeel ook de praktische impact op duurzaamheid.
2. Stel ambitieuze maar haalbare eisen
Als uitvrager is het belangrijk om geen onrealistische ambities te formuleren. Een hoog percentage biobased bouwen klinkt aantrekkelijk, maar 100% biobased is technisch niet haalbaar. Daarbij komt dat dit percentage steeds vaker wordt uitgedrukt in massa in plaats van in volume: ook in een vrijwel volledig houten gebouw bestaat vaak meer dan de helft van het massapercentage uit niet-biobased beton (zoals de fundering en beganegrondvloer). Zulke eisen brengen inschrijvers in de verleiding om te sjoemelen of onhoudbare beloftes te doen. Stel daarom duidelijke en haalbare eisen op en geef heldere instructies voor duurzaamheidsberekeningen. Zo worden inschrijvingen beter vergelijkbaar – zowel binnen als tussen projecten. Baken af wat wel en niet wordt meegenomen: parkeergarage, zonnepanelen, bevestigingsmiddelen? En hoe ga je om met ontbrekende milieudata?
Let als expert bij het beoordelen van inschrijvingen ook op het verhaal achter de cijfers: welke keuzes zijn gemaakt, en wat betekenen die voor circulariteit, onderhoud en levensduur? Een goede beoordeling vraagt om mensen die MPG- en andere duurzaamheidsberekeningen begrijpen én weten wat duurzaam materiaalgebruik in de praktijk betekent. Alleen dan kunnen inschrijvingen inhoudelijk worden beoordeeld, en wordt duidelijk of berekeningen realistisch en volledig zijn.
3. Stuur op impact, niet op imago
Duurzaam bouwen vraagt om maatwerk. Houtbouw is populair, maar niet per definitie de beste oplossing voor elk project. Bij grote overspanningen kan bijvoorbeeld extra staal nodig zijn, waardoor de milieuwinst deels verloren gaat.
De kernvraag moet daarom zijn: wat is in dit specifieke project de meest duurzame oplossing, gegeven functie, context en levensduur? Dat kan hout zijn, maar ook duurzaam beton of een slimme combinatie van materialen. Zet hiervoor duurzame én traditionele materialen in waar ze het meest effectief zijn. Richt je op het verlagen van de werkelijke milieu-impact, niet op het toepassen van zoveel mogelijk hout. En dwing traditionele bouwmaterialen zoals beton en staal tot verbetering, in plaats van ze bij voorbaat af te schrijven.
Als inschrijver kun je op impact sturen door je materiaalkeuzes goed te onderbouwen – zowel technisch als financieel. Alleen zo is duurzaamheid haalbaar en bespreekbaar. Voer als uitvrager hierover een open gesprek en neem financiële afwegingen daarin mee.
Duurzaam materiaalgebruik verdient z’n plek in bouwtenders – maar dan wel op een manier die recht doet aan de complexiteit. Door in te zetten op visie, deskundigheid en daadwerkelijke impact, kunnen we duurzaamheid verankeren in het ontwerp- en beoordelingsproces. Het vraagt om scherpe uitvragen, inhoudelijke toetsing en de deskundigheid om verder te kijken dan het laagste getal.
Het volgende artikel in deze reeks gaat dieper in op de praktische toepasbaarheid van de concept demarcatierichtlijn voor MPG-berekeningen.