Samen werken aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving?
- BezoekadresKelvinbaan 40 (2e etage), 3439 MT Nieuwegein
- PostadresPostbus 1475, 3430 BL Nieuwegein
- Telefoon030-2311377
- E-mailinfo@lbpsight.nl
Dit artikel verscheen op 16 september 2025 in Bouwwereld.
In een reeks opiniestukken onderzoekt advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT de transitie naar duurzaam materiaalgebruik in de bouw. Het bureau verzamelt dagelijks kennis en ervaring over duurzaam materiaalgebruik vanuit zowel de bouw-, leveranciers- en grondstoffensector. Met deze inzichten wil LBP|SIGHT bijdragen aan de verduurzaming van de bouwsector.
In ons vorige artikel lieten we zien dat de voorgestelde aanscherping voor de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) ruimte laat voor verbetering. Het is belangrijk dat zowel de MPG-richtlijn als de Nationale Milieudatabase (NMD) beter aansluiten op de praktijk.
In dit artikel zoomen Jeannette Levels en Paul van Esdonk in op één onderdeel van duurzaam materiaalgebruik in de praktijk: interieurbouw. Bij het bepalen van de milieu-impact van een gebouw wordt vaak gekeken naar ‘grote’ zaken als gevels en vloeren. Maar in het gemiddelde utiliteitsgebouw heeft juist de inrichting net zo’n grote milieu-impact over de levensduur van het gebouw. Hoe komt dat, tegen welke uitdagingen loopt de interieurbouw aan en welke oplossingen zien wij?
Kantoren, scholen, hotels: grote kans dat er minimaal elke tien jaar een compleet nieuw interieur staat, inclusief binnenwanden en delen van de installatietechniek. Er komt bijvoorbeeld een nieuwe gebruiker in een kantoorpand, er wordt een nieuw werkconcept geïntroduceerd of een hotel kiest voor nieuwe styling. Het merendeel van de bestaande materialen wordt afgedankt of laagwaardig gerecycled. Mede hierdoor heeft het interieur een grote impact op het milieu, vaak vergelijkbaar met de impact van de gevel of de installaties in een gebouw.
De oplossing lijkt simpel. We moeten kiezen voor een tijdloos, duurzaam en adaptief interieur in plaats van regelmatige interieurrenovaties. Maar daarvoor is een samenspel nodig tussen opdrachtgever, binnenhuisarchitect en interieurbouwer. Vaak wil men een uniek interieur, wat resulteert in inflexibel maatwerk. Dat sluit niet aan bij het idee van modulair, losmaakbaar en herbruikbaar bouwen.
Betekent dit dat er weinig mogelijkheden zijn voor duurzaam materiaalgebruik in interieurbouw? Zeker niet. Interieurbouwers kunnen proactief aan de slag. We geven een aantal concrete voorbeelden aan de hand van de R-ladder voor circulariteit. Deze voorbeelden zijn gebaseerd op onze eigen ervaringen bij de circulaire verbouwing van de kantoren van Nationale Nederlanden:
R1. Refuse en rethink
Ook bij interieurbouw geldt: bedenk of nieuwe producten en materialen echt nodig zijn. En houd rekening met de indeling van een gebouw. Bij Nationale Nederlanden bleek tijdens een ontwerpsessie bijvoorbeeld dat het niet slim was om alle vergaderruimtes bij elkaar te plaatsen, omdat er dan veel meer installaties nodig waren om aan de hoge eisen voor het binnenklimaat te voldoen. Ruimte-indelingen afstemmen op de bestaande capaciteiten van installaties is een goed voorbeeld van ‘re-think’.
R2. Reduce
Als je toch nieuwe producten en materialen nodig hebt, bedenk dan of het niet met kleinere hoeveelheden kan. We vinden rvs-deurbeslag vaak mooi, maar voor toepassing in een kantoorgebouw is dit materiaal overdreven slijtvast en kun je ook kiezen voor andere materialen.
R3. Reuse
Bij veel spullen, zoals meubels, is het relatief makkelijk om deze te verplaatsen en op een andere plek in het pand opnieuw te gebruiken. Nationale Nederlanden liet bijvoorbeeld de oude vloerbedekking uit haar kantoren reinigen en hergebruiken in nieuwe configuraties.
R4. Repair, refurbish, remanufacturing en repurpose
Vepa – the furniture factory gaf de oude meubels van Nationale Nederlanden een nieuw laagje verf. Zo voelen meubels als nieuw, terwijl het grootste deel van het product is hergebruikt. Daarnaast zijn de maatwerkmeubels van de oude werkplekconcepten weer volledig gebruikt als input voor het nieuwe meubilair. Dit nieuwe meubilair is bovendien losmaakbaar en modulair ingezet, zodat het hierna weer opnieuw gebruikt kan worden.
R5. Recycling
Veel interieuraspecten kunnen geproduceerd worden uit hergebruik, eventueel uit andere ketens. Zo werd de bekleding van oude werkplekken in kantoren van Nationale Nederlanden verwerkt tot akoestische panelen.
R6. Recover
Als er geen materialen teruggewonnen kunnen worden en het materiaal heeft energetische waarde, zorg dan dat de energie teruggewonnen kan worden. In het geval van de ambitie van Nationale Nederlanden was Recycling de laagste stap op de R-ladder, en sloot men Recovery uit als strategie.
Wie aan de slag gaat met duurzaam materiaalgebruik in interieurbouw, loopt tegen nieuwe kwaliteitseisen aan. Zo waren er in de kantoren van Nationale Nederlanden veel losmaakbare glazen wanden. Toen ze de wanden wilden hergebruiken, bleek dat ze niet meer aan de huidige geluideisen voldeden. Ook wilde Nationale Nederlanden voldoen aan de hoogste WELL-gezondheidsscore, maar sommige materialen voldeden hier niet aan en konden dus niet hergebruikt worden.
De uitdaging voor producenten en interieurbouwers ligt hier in het aanpassingsvermogen. Kunnen bestaande producten of materialen worden aangevuld, zodat ze toch aan de eisen voldoen? Zo is bij Nationale Nederlanden geprobeerd om een extra glasplaat toe te voegen aan de wanden, om toch aan de geluideisen te voldoen.
Daarnaast pleiten wij voor een integrale benadering van een gebouw. Een fijne werkplek begint in basis namelijk bij een goed ontworpen gebouw. Door in het ontwerp rekening te houden met voldoende daglicht, goede akoestiek en weinig opwarming, voorkom je dat je achteraf klachten van gebruikers moet oplossen met aankleding en installaties. Daar gaat namelijk veel materiaal in om, en dat vergroot de milieu-impact van het gebouw.
Hoe maak je duurzaam materiaalgebruik in een interieur meetbaar? Er zijn immers weinig data beschikbaar, er zijn nog geen wettelijke verplichtingen en er bestaan geen specifieke methodes. Ons advies: gebruik de methodes die gebruikelijk zijn in de bouw, zoals de MPG en de milieukostenindicator (MKI). Zo hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden, en kunnen we meteen aan de slag. Bovendien worden de MPG en MKI al gebruikt voor het casco van een gebouw, waardoor je met deze methodes het interieur integraal kunt vergelijken met het gebouw en hier beter op kunt sturen.
Laat je in ieder geval niet ontmoedigen. Ook als meetbaarheid niet centraal staat in een project, kunnen interieurbouwers aan de slag met duurzaam materiaalgebruik. In onze projecten voor Nationale Nederlanden en andere opdrachtgevers komen we telkens een aantal take aways tegen, die we graag delen:
De milieu-impact van het interieur van een gebouw is groter dan we denken. Duurzaam materiaalgebruik in interieurbouw vraagt om samenwerking tussen ontwerper, opdrachtgever, binnenhuisarchitect en interieurbouwer, maar vooral om actie. We zien mooie initiatieven vanuit de sector, zoals de milieu-impacttool die Koninklijke CBM, de branchevereniging voor interieurbouw en meubelindustrie, ontwikkelt samen met LBP|SIGHT en Circonnect. En het Wood Loop-initiatief voor close-loop-recycling van spaanplaat door meubelmakers en houtverwerkers. Ook vanuit opdrachtgevers, zoals Nationale Nederlanden, Rabobank en ABN AMRO, zien we de vraag naar duurzame interieurbouw groeien. Laat je dus niet ontmoedigen door kwaliteitseisen en meetbaarheid, en ga aan de slag.
In het volgende artikel gaan David van Nunen en Jeannette Levels, adviseurs duurzaamheid, verder in op Whole Life-Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP) – vaak afgekort tot Whole Life Carbon. Welke wet- en regelgeving komt eraan en wat betekent dit voor de Nederlandse bouwpraktijk?