Dit artikel verscheen op 26 januari 2026 in Bouwwereld. Daarnaast hebben we alle artikelen uit de reeks gebundeld in een boekje. Download deze hier.

Duurzaam materiaalgebruik: fundament of bijzaak in duurzaamheidstools?

In deze reeks opiniestukken neemt advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT de transitie naar duurzaam materiaalgebruik in de bouw kritisch onder de loep. Het bureau doet dagelijks kennis en ervaring op rondom duurzaam materiaalgebruik, zowel vanuit de bouwkant als de leveranciers- en grondstoffenkant. Met deze kennis wil LBP|SIGHT bijdragen aan het verduurzamen van de bouwsector. 

Een gebouw ontwerpen zonder aandacht voor materialen is als koken zonder aandacht voor de ingrediënten. Je kunt letten op energie, ventilatie en hergebruik, maar als de materialen niet kloppen, ontbreekt een fundament. Duurzaamheidstools zoals BREEAM-NL, GPR-gebouw en WELL bieden kaders, maar de mate waarin ze materiaalgebruik meenemen verschilt sterk. In dit artikel geeft Maaike Bron, adviseur bouwfysica, inzicht.  

MEER WETEN?
Neem contact op met een van onze adviseurs.

Wat verstaan we onder duurzaam materiaalgebruik?

Duurzaam materiaalgebruik gaat verder dan het kiezen van ‘groene’ producten. Het draait om de totale milieubelasting over de levenscyclus: van winning tot verwerking, gebruik en einde levensduur. Daarbij is de toepassing doorslaggevend. Een biobased materiaal dat kort wordt gebruikt en laagwaardig wordt gerecycled, is niet automatisch duurzamer dan een conventioneel alternatief met lange levensduur. 

In eerdere artikelen lieten we zien dat materiaalgebruik vaak een blinde vlek in bouwtenders is, waar de focus ligt op lage MPG-scores (MilieuPrestatie Gebouwen) zonder inhoudelijke onderbouwing. Ook bespraken we dat de inrichting van gebouwen – vaak vergeten in milieuprestatieberekeningen – een vergelijkbare impact kan hebben als gevels of installaties. Daarnaast toonden we aan dat milieuverklaringen in de Nationale Milieudatabase (NMD) niet altijd transparant of vergelijkbaar zijn, wat kan leiden tot misinterpretaties. 

Deze inzichten maken duidelijk dat duurzaam materiaalgebruik niet alleen een kwestie is van rekenen, maar ook van interpretatie en context. Daarom kijken we hier naar hoe BREEAM-NL, GPR-gebouw en WELL omgaan met materialen, wat de rol van de MPG is, en hoe ontwerpteams effectief kunnen sturen. 

Hoe gaan duurzaamheidstools om met materiaalgebruik?

GPR-gebouw: pragmatisch, maar kent ook beperkingen
In GPR-gebouw (versies 4.3 en 4.41) valt materiaalgebruik onder het thema milieu. De MPG-score is daarbij leidend, aangevuld met aspecten als hergebruik, circulaire en biobased materialen, losmaakbaarheid en hergebruikpotentie. Op papier lijkt een hoge GPR-score te wijzen op duurzaam materiaalgebruik, maar in de praktijk pakt dit vaak anders uit. 

Zo kan een hoge score op energie een lage score op milieu compenseren, omdat meestal naar de totaalscore – het gemiddelde over de vijf thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde – wordt gekeken. Materiaalgebruik weegt daarbij slechts circa 14% mee en raakt daardoor snel ondergesneeuwd. Ook wanneer per thema een minimale score wordt gevraagd, ligt de eis voor milieu vaak lager dan voor andere thema’s – vermoedelijk omdat dit moeilijker haalbaar of kostbaarder is. Als de vereiste milieuscore niet haalbaar blijkt, wordt bovendien regelmatig onderhandeld om de eis te verlagen. Ten slotte biedt de DPG-score (DuurzaamheidPrestatie Gebouw) een uitweg: deze score voegt de thema’s energie en milieu samen tot één gemiddelde. Zo kan een hoge energiescore een lage milieuscore maskeren. Het gevolg is dat materiaalgebruik, als onderdeel van milieu, minder zichtbaar wordt en gemakkelijk onderbelicht blijft. 

BREEAM-NL: verplicht, maar niet leidend
BREEAM-NL kent negen milieucategorieën, waarvan materialen er één is. Binnen deze categorie zijn enkele punten (credits) verplicht, zoals duurzaam hout, het gebouwpaspoort (vanaf Very good) en MPG-reductie (vanaf Excellent). De categorie materialen weegt circa 12% mee in de totaalscore, aanzienlijk minder dan gezondheid en energie, die samen bijna 40% bepalen. 

In de praktijk streven projecten meestal naar de kwalificaties Very goodExcellent of Outstanding. Daarbij komt materiaalgebruik wel in beeld, maar de verplichte punten zijn beperkt: vaak slechts één, terwijl er meer mogelijk zijn. Bij hogere BREEAM-kwalificaties wordt automatisch ook op materialen gescoord, vooral omdat de keuzeruimte kleiner wordt en opdrachtgevers, tenders of het programma van eisen (PvE) aanvullende eisen stellen – niet omdat materialen de kern van de beoordeling vormen. 

Bij projecten met een traditionele bouwwijze zien we dat, wanneer er aandacht is voor materialisatie, vaak ongeveer de helft van de punten wordt behaald. Dat gebeurt bijvoorbeeld door materialen met lagere milieubelasting te kiezen, een materialenpaspoort op te stellen, duurzaam in te kopen, verantwoorde herkomst te waarborgen en robuuste toepassingen toe te passen. In de nieuwste beoordelingsrichtlijn worden voor een deel van deze veel gekozen maatregelen minder punten toegekend. De nadruk ligt nu sterker op milieuprestatieberekeningen, materiaalemissies en CO₂eq-uitstoot. Daardoor wordt het belangrijker om de milieubelasting van specifieke bouwmaterialen en vooral van de constructie te reduceren. Het bouwen in hout, met hergebruikt staal of met duurzaam beton met lage milieu-impact wordt gestimuleerd. Kortom, voor traditionele bouwmethoden zijn de te behalen punten beperkt. 

Materiaalgebruik is binnen BREEAM-NL verplicht, maar weegt relatief licht mee. In de nieuwste beoordelingsrichtlijn ligt de focus vooral op CO₂ en milieuprestaties, waardoor duurzame materiaalkeuzes belangrijker worden. Materiaalgebruik is dus verplicht, maar geen bepalende factor voor een hoge BREEAM-score. 

WELL: gezondheid boven milieu
Het duurzaamheidslabel WELL richt zich primair op de gezondheid en het welzijn van gebruikers. Materialen vormen één van de tien categorieën, met 27 eisen waarvan er 8 verplicht zijn. 

Dat lijkt veel, maar het thema wordt breed geïnterpreteerd. Zo gaat het ook over pesticiden en schoonmaakproducten. De eisen die wél over materialen gaan, richten zich vooral op chemische aspecten zoals formaldehyde en andere schadelijke stoffen. De milieubelasting van materialen over hun levenscyclus wordt niet meegenomen. Bovendien is WELL een Amerikaans certificaat dat niet is aangepast aan Nederlandse standaarden. Sommige verplichte eisen, zoals het verbod op asbest, zijn hier vanzelfsprekend en voegen weinig toe. 

Het resultaat is dat WELL vooral een label voor gezondheid en welzijn is. Hoewel dat ook een aspect van duurzaamheid is, speelt materiaalgebruik nauwelijks een rol. Een gebouw kan dus een WELL-certificaat behalen zonder dat er aandacht is besteed aan de milieu-impact van materialen. 

Vergelijking van de tools 

Tool  Focus & uitgangspunt  Rol van materialen  Weging in totaalscore  Praktische consequentie 
GPR-gebouw  Brede score over vijf thema’s (energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit, toekomstwaarde)  MPG-score plus aspecten als hergebruik, circulair en biobased  Ca. 14%  Hoge energiescore kan lage milieuscore compenseren; materiaalgebruik raakt snel onderbelicht 
BREEAM-NL  Negen milieucategorieën, sterk gericht op energie en gezondheid  Enkele verplichte punten (duurzaam hout, gebouwpaspoort, MPG-reductie)  Ca. 12–13% (lager dan energie en gezondheid met 19% en 20%)  Hoge score mogelijk zonder sterke focus op materialen; verplicht maar niet leidend 
WELL  Gezondheid en welzijn van gebruikers  27 eisen, waarvan 8 verplicht; nadruk op chemische veiligheid  Geen duidelijke weging op milieu-impact  Materialen vooral bekeken op schadelijke stoffen; levenscyclus en milieubelasting spelen nauwelijks een rol 

 

Wat betekent dit voor ontwerpteams?

Wie echt wil sturen op duurzaam materiaalgebruik, moet zich bewust zijn van de beperkingen van certificeringssystemen. Sommige tools bieden mogelijkheden, maar het is niet vanzelfsprekend dat duurzame materiaalkeuzes zichtbaar of doorslaggevend zijn in de score. 

Daarom is het belangrijk dat ontwerpteams duurzaamheidstools niet alleen gebruiken als einddoel, maar vooral als hulpmiddel. Kritisch kijken naar de eisen en aanvullend sturen via eigen ambities, aanbestedingscriteria of aanvullende berekeningen maakt het verschil. 

Onze ervaring is dat materiaalgebruik steeds vaker een rol speelt, ook bij projecten zonder certificering – bijvoorbeeld door wettelijke eisen of specifieke wensen van opdrachtgevers. Zo kunnen ontwerpteams materiaalgebruik structureel meenemen in hun keuzes en de bouwsector echt verduurzamen.  

Het volgende artikel in deze reeks

Medewerkers (1)

Adviseur Maaike Bron
Maaike
Bron
Adviseur bouwfysica