Dit artikel verscheen eerder in Bouwwereld

8 september 2025

MPG-aanscherping vraagt om meer dan alleen een richtlijn

In een reeks opiniestukken onderzoekt advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT de transitie naar duurzaam materiaalgebruik in de bouw. Het bureau verzamelt dagelijks kennis en ervaring over duurzaam materiaalgebruik vanuit zowel de bouw-, leveranciers- en grondstoffensector. Met deze inzichten wil LBP|SIGHT bijdragen aan de verduurzaming van de bouwsector.

In ons vorige artikel over 11 maanden kabinet-Schoof pleitten we voor het invoeren van de klaarliggende aanscherping van de MPG-norm voor woningbouw. Maar dat kan alleen als ook de onderliggende normen en data verder worden verbeterd.

MEER WETEN?
Neem contact op met een van onze adviseurs.

De concept demarcatierichtlijn moet de bestaande MPG-regelgeving – de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken – gaan verduidelijken. Het beschrijft welke onderdelen je wel of niet moet meenemen in een MPG-berekening, en tot welk detailniveau. Maar is dat voldoende? In dit artikel laten we zien dat ook de voorgestelde aanscherping ruimte laat voor verbetering. We doen daarbij concrete suggesties om zowel de demarcatie als de Nationale Milieudatabase (NMD) beter toepasbaar en consistenter te maken.

Demarcatierichtlijn: verduidelijking, maar nog geen helderheid

De concept demarcatierichtlijn biedt op onderdelen meer houvast, maar roept tegelijk nieuwe vragen op. De gevel is daarvan een goed voorbeeld. De richtlijn stelt nu dat de volledige gevel moet worden ingevoerd, inclusief esthetische elementen. Voorheen mochten die buiten beschouwing blijven. Ook is nu duidelijk dat hang- en sluitwerk moet worden meegenomen. Toch blijft er onduidelijkheid. Bevestigingsmiddelen, zoals de achterconstructie voor gevelbeplating, ontbreekt vaak in milieukaarten. Voor materialen als Cross Laminated Timber (CLT) worden stalen verstevigingen en verankeringen niet meegenomen, ondanks hun impact. De richtlijn is op sommige onderdelen gedetailleerd, maar laat op andere punten ruimte voor interpretatie.

Een ander voorbeeld: PV-panelen. Als deze niet nodig zijn om aan BENG-eisen te voldoen, mogen ze buiten de MPG-berekening blijven. Maar wat als het paneel ook als gevelpaneel dient? Dan ontstaat een tegenstrijdigheid met de richtlijn over de volledige gevel.

Onze oproep: bij twijfel, neem het op in de MPG-berekening. Maar maak ook een afweging of het relevant én uitvoerbaar is – je hoeft geen spijkertjes te tellen, maar je moet wel weten waar je kunt stoppen. Om gebruikers hierbij te ondersteunen, zou de richtlijn meer praktijkvoorbeelden moeten bevatten. Ook pleiten we voor uitbreiding van het standaardschema. Onze afstudeerder Zoë Bennink heeft hiervoor een nieuw stroomschema voor constructie- en installatietechnische onderdelen opgesteld, dat duidelijker maakt wat je wel en niet moet meenemen in een MPG-berekening.

Nationale Milieudatabase (NMD): inconsistenties belemmeren toepassing

De milieuverklaringen in de NMD bevatten classificaties die inzicht moeten geven in wat wel of niet is opgenomen. In theorie nuttig, maar in de praktijk vaak inconsistent. Drie voorbeelden:

Classificatie van kozijnen
Bij twee productspecifieke (categorie 1) milieuverklaringen voor buitenkozijnen – één voor een houten kozijn en één voor een stalen variant – staat in beide titels dat hang- en sluitwerk is inbegrepen. Toch blijkt uit de classificaties dat dit slechts bij één van de twee expliciet is aangegeven. Bij de andere kaart ontbreekt deze informatie volledig. Dit verschil roept vragen op over de betrouwbaarheid en eenduidigheid van de kaarten. Als titel en classificatie elkaar tegenspreken of onvolledig zijn, wordt het lastig te bepalen wat precies is meegenomen in de milieuprestatie.

Een eerste stap richting verbetering is het oplossen van deze inconsistenties, te beginnen bij de titel: die moet de inhoud juist en volledig weergeven.

Toelichtingen bij categorie 3-kaarten
Bij de generieke data (categorie 3-kaarten) voor kozijnen zien we uiteenlopende toelichtingen. Sommige kaarten vermelden expliciet dat hang- en sluitwerk is inbegrepen, andere laten dit onvermeld, en weer andere bevatten helemaal geen toelichting. Dit maakt het moeilijk om kaarten onderling te vergelijken of verantwoord toe te passen. Zeker bij generieke data is heldere toelichting nodig voor een transparante en reproduceerbare berekening.

Schaling van kaarten
Veel milieuverklaringen – vooral in categorie 2 (branche- of sectorgebonden) en categorie 3 (generieke data) – vermelden geen informatie over gebruikte eenheden of afmetingen, zoals de dikte van het product. Hierdoor is het onduidelijk waarvoor deze kaart gebruikt kan worden. In de praktijk worden bouwproducten, zoals isolatiemateriaal, vaak geleverd in meerdere diktes. Toch zijn veel verklaringen slechts gecertificeerd voor één specifieke uitvoering. Dit beperkt de toepasbaarheid flink. Zonder schaalbaarheid moet voor elke variant een aparte kaart worden opgesteld, wat het gebruik van de NMD onnodig complex maakt.

Om de NMD beter bruikbaar te maken, moeten deze inconsistenties worden aangepakt. Daarbij hoort ook meer transparantie over de onderliggende data. Alleen dan kan de MPG-berekening uitgroeien tot een betrouwbaar hulpmiddel voor onderbouwde, duurzame materiaalkeuzes.

Praktisch toepasbaar maken van de MPG-berekening

Voor rekenaars is het belangrijk om te weten of de MPG-berekening bedoeld is voor globale vergelijkingen of voor detailanalyses. In onze praktijk gebruiken we de MPG voor het maken van duurzame keuzes, maar voor meer gedetailleerde vergelijkingen schiet het instrument nu tekort. Daarom is het nodig dat zowel de richtlijn als de NMD beter aansluiten op de praktijk. Dat vraagt om duidelijke definities, consistente kaarten en toegankelijke toelichtingen – zodat de MPG niet alleen een verplichting is, maar ook een bruikbaar hulpmiddel voor ontwerp en besluitvorming.

Het volgende artikel in deze reeks

In het volgende artikel richten Jeannette Levels en Paul van Esdonk zich op duurzaam materiaalgebruik in de interieurbouw. Bij het bepalen van de milieu-impact van een gebouw gaat de aandacht vaak uit naar gevels en vloeren, terwijl de inrichting in utiliteitsgebouwen over de levensduur minstens zo’n grote impact heeft.