Dit artikel verscheen eerder in Bouwwereld

18 december 2025

Whole Life Carbon: welke regelgeving komt eraan en wat betekent dit voor bouwpartijen?

In een reeks opiniestukken onderzoekt advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT de transitie naar duurzaam materiaalgebruik in de bouw. Het bureau verzamelt dagelijks kennis en ervaring over duurzaam materiaalgebruik vanuit zowel de bouw-, leveranciers- en grondstoffensector. Met deze inzichten wil LBP|SIGHT bijdragen aan de verduurzaming van de bouwsector.

Voor de beoordeling van duurzaamheid van gebouwen bestaan meerdere meetmethoden. Eerder bespraken we al vier methoden: MPG, WLC(-GWP), MEPG en PPI. In dit artikel gaan David van Nunen en Jeannette Levels, adviseurs duurzaamheid, verder in op WLC-GWP. Welke wet- en regelgeving komt eraan en wat betekent dit voor de Nederlandse bouwpraktijk?

MEER WETEN?
Neem contact op met een van onze adviseurs.

Wat is WLC-GWP?

Whole Life-Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP) – vaak afgekort tot Whole Life Carbon – is een methode om de CO2-equivalente footprint van een gebouw te berekenen over de totale levensduur, van materiaalproductie tot gebruik en sloop. WLC-GWP kijkt daarbij naar zowel de gebruikte materialen in een gebouw als het energieverbruik tijdens de gebruiksfase.

Nieuwe wet- en regelgeving

In het voorjaar van 2024 werd de herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) aangenomen door het Europees Parlement. Deze richtlijn moet de uitstoot en het energieverbruik van gebouwen in de EU terugdringen, met als doel een emissievrije gebouwvoorraad in 2050. De EPBD IV verplicht alle EU-lidstaten om een routekaart op te stellen met concrete prestatie-eisen voor het afbouwen van CO₂-uitstoot in de gebouwde omgeving.

Nationale uitwerking: WLC-GWP-bepalingsmethode

In Nederland wordt daarom momenteel gewerkt aan de nationale uitwerking van de EPBD IV. Een belangrijk onderdeel is de verplichte WLC-GWP-berekening voor (nieuw)bouw. Vanaf 2028 wordt deze WLC-GWP-score onderdeel van het energielabel van gebouwen en zal er een prestatie-eis voor nieuwbouw geïntroduceerd worden.

In opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) werkten LBP|SIGHT en DGMR een voorstel uit voor deze WLC-GWP-bepalingsmethode, een integrale rekenmethode voor de CO2-impact van de materialen en het energiegebruik van gebouwen. Het advies is inmiddels vertaald in een ontwerp bepalingsmethode.

Impact van energiegebruik

Bij het bepalen van de milieu-impact van energie over de gehele gebouwlevensduur wordt momenteel gerekend met de impact van de huidige energievoorziening. Echter weten we dat onze energievoorziening over vijftig jaar veel duurzamer zal zijn dan nu. Daarom hebben we in het onderzoek voor VRO gekeken hoe we dit toekomstperspectief op een verantwoorde manier kunnen meenemen. We kijken daarbij tien jaar vooruit, in lijn met de Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op basis van vastgesteld beleid. Dit levert een conservatief-realistische inschatting op, die volgens ons het beste uitgangspunt biedt voor een integrale afweging van CO₂-impact. Verder vooruitkijken op basis van de kabinetsvisie of doelstellingen zou kunnen leiden tot een onderschatting van de milieu-impact van energie, terwijl helemaal geen rekening houden met toekomstige ontwikkelingen juist tot een overschatting leidt.

Impact op bouwpartijen

Wat betekent de WLC-GWP voor verschillende partijen in de bouwkolom? We zetten het op een rij.

Architecten
Architecten moeten integraler gaan ontwerpen. Waar voorheen vooral naar materiaalgebruik werd gekeken, telt nu ook het energieconcept meer mee. Ontwerpkeuzes zoals gevel-oriëntatie, gevelopeningen en installaties beïnvloeden direct de WLC-GWP-score vanuit beide parameters; materialen en energie. Ook de omgeving speelt een rol: een bomenrij voor de gevel kan bijvoorbeeld bijdragen aan lagere warmte-instraling. Architecten zullen vaker samenwerken met stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten om tot een duurzaam totaalconcept te komen.

Aannemers
Aannemers krijgen de taak om de prestatie-eisen daadwerkelijk te realiseren. Zij moeten kunnen aantonen dat het gebouw voldoet aan de WLC-GWP-grenswaarden. Dit vraagt om nauwe samenwerking met ontwerpers en adviseurs, en om kennis van materialen en installaties die bijdragen aan een lage CO₂-uitstoot.

Toeleveranciers
Voor producenten verandert er administratief weinig: zij kunnen nu al milieuverklaringen opstellen. Milieuverklaringen (in de Nationale Milieudatabase) bevatten al de benodigde informatie voor de WLC-GWP-berekening. Wel biedt WLC-GWP de kans om productvoordelen beter zichtbaar te maken. Denk aan isolatiematerialen die leiden tot lager energieverbruik, of installaties met hogere efficiëntie. De herziening van de bouwproductenverordening (CPR) speelt hier ook een rol. Leveranciers kunnen zich beter positioneren door de functionele toepassing van hun product in relatie tot CO₂-uitstoot te onderbouwen.

Adviseurs
Adviseurs krijgen een krachtiger instrument om maatregelen over de hele levenscyclus te vergelijken. WLC-GWP maakt het mogelijk om CO2-terugverdientijden van energieprestatiemaatregelen realistisch te beoordelen. De wereld van materialen en energie komt meer bij elkaar, en adviseurs worden de spil in deze integratie.

Voordelen van WLC-GWP

Naast het feit dat de WLC-GWP-methode een compleet beeld geeft van de impact van bouwmaatregelen, dankzij de integrale benadering van materialen én energie, zien we ook andere voordelen.

Actief sturen op Klimaatakkoord
Met de WLC-GWP-methode kunnen we directer sturen op afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs, bijvoorbeeld de doelstelling om opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 à 2 graden. De MPG- en BENG-methoden sturen hier ook op, maar minder direct. Volgens de EPBD IV moet elke EU-lidstaat een routekaart opstellen met daarin het afbouwpad voor het Global Warming Potential (GWP) voor de gebouwde omgeving. Oftewel, hoe gaat een land de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving afbouwen naar nul in de aanloop naar 2050? Op basis van die routekaart moeten lidstaten prestatie-eisen gaan stellen aan bouwwerken. Op die manier ontstaat een meer directere samenhang tussen prestatie-eisen en doelstellingen per lidstaat, en dus een concretere invulling van het Klimaatakkoord.

Alle levensfases in beeld
Met WLC-GWP kunnen we alle levensfases van een gebouw afzonderlijk in beeld brengen. Wat is bijvoorbeeld de CO2-footprint bij productie, gebruik en einde leven? Bij de MPG wordt dit vaak alleen getotaliseerd beoordeeld, waardoor een verschuiving in beeldvorming kan ontstaan. Als een gebouw bijvoorbeeld heel gunstig herbruikbaar is over vijftig jaar, krijgt het een goede score, terwijl dat aspect niet direct bijdraagt aan de Parijs-doelen voor de komende 25 jaar. WLC-GWP voorkomt dat gunstige scores op lange termijn de urgentie van emissiereductie op korte termijn overschaduwen.

CO₂-opslag meenemen
Omdat WLC-GWP inzicht geeft in de hele CO2-flow van de hele levenscyclus van een bouwwerk, biedt het de kans om (biogene) koolstofvastlegging in gebouwen inzichtelijker te maken en te waarderen.  Belangrijk hierbij is dat we (biogene) CO2-opslag op een wetenschappelijk gefundeerde manier meenemen in de bouwwerkberekening. Uiteindelijk zou WLC-GWP op die manier ook keuzes voor bijvoorbeeld biobased materialen goed kunnen gaan afwegen.

Beperkingen van WLC-GWP

Naast voordelen zien wij een aantal beperkingen en scopekeuzes.

Focus op CO2
WLC-GWP meet de klimaatimpact van de gebruikte materialen in een gebouw en het energiegebruik tijdens de gebruiksfase, uitgedrukt in kilogram CO₂-equivalent per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar. Door volledig de focus te leggen op klimaatverandering kunnen andere milieueffecten onderbelicht raken. Het is belangrijk om de samenhang met andere milieueffecten, zoals vermesting, toxiciteit of uitputting van grondstoffen niet uit het oog te verliezen. Uiteindelijk hopen we dat er op Europees niveau voor alle planetary boundaries een vergelijkbare roadmap komt met prestatie-eisen.

Focus op gebouwen
WLC-GWP is alleen toepasbaar voor gebouwen. Er is geen toepassing uitgewerkt voor bijvoorbeeld wegen of bruggen, terwijl in de grond-, weg- en waterbouw ook veel materialen en energie worden gebruikt.

Conclusie

De transitie naar WLC-GWP vraagt om actie. Door nu al te anticiperen op de nieuwe regelgeving, kunnen bouwpartijen niet alleen voldoen aan toekomstige eisen, maar ook bijdragen aan een toekomstbestendige gebouwde omgeving. Eén ding is zeker: de WLC-GWP-methode biedt een unieke kans om de klimaatambities van de bouwsector concreet te maken.

Het volgende artikel in deze reeks

In het volgende artikel bespreken René Kraaijenbrink en Benthe Vermaas, beide adviseur duurzaamheid bij LBP|SIGHT, hoe een milieuverklaring voor de Nationale Milieudatabase tot stand komt en wat daarbij de aandachtspunten zijn.

Medewerkers (2)

Adviseur Jeannette Levels-Vermeer
Jeannette
Levels-Vermeer
Adviseur duurzaamheid, vennoot
Adviseur David van Nunen
David
van Nunen
Adviseur duurzaamheid