2 april 2017

Ervaringen met het reken- en meetvoorschrift windturbines

Sinds 2011 kent de Nederlandse wetgeving een aparte geluidnorm voor windturbines. Deze jaargemiddelde norm is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en geldt specifiek voor windturbines. Bij een geluidnorm hoort ook een reken- en meetmethode. Ook deze is in 2011 specifiek voor windturbines voorgeschreven via het Activiteitenbesluit milieubeheer. De methode is opgenomen in bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer en wordt het Reken- en meetvoorschrift windturbines genoemd.

LBP|SIGHT houdt zich al jaren bezig met diverse projecten betreffende windturbines. Zoals de naam aangeeft bestaat het voorschrift uit een onderdeel betreffende het meten en een onderdeel betreffende het berekenen van windturbinegeluid. De norm voor windturbinegeluid is uitgedrukt in een jaargemiddelde Lden-waarde die bij een woning van derden geldt.

Deze Lden-waarde kan niet door middel van een immissiemeting worden vastgesteld. Hiervoor is het geluid van windturbines bij woningen te laag in relatie tot het omgevingsgeluid. Het meetvoorschrift betreft daarom alleen een controle van het geluidvermogenniveau van de turbine. Het meetvoorschrift kent dus geen controle van de overdracht van bron naar ontvanger.

Ervaringen met het reken- en meetvoorschrift windturbines

REKENMETHODE

De rekenmethode bestaat uit twee delen:

  1. het combineren van de geluidvermogenniveaus bij verschillende windsnelheden met de windsnelheden die over een jaar optreden tot een jaargemiddelde waarde
  2. het berekenen van de overdracht.

Het tweede deel is praktisch identiek aan de rekenmethode voor industrielawaai. Alleen bij de meteocorrectie wordt in beperkte mate rekening gehouden met de overheersende windrichting in Nederland.

Ook het eerste deel is rechttoe rechtaan mits de windsnelheden over het jaar bekend zijn. Het geluidvermogenniveau van een windturbine is afhankelijk van de windsnelheid op ashoogte. Bij een bestaande turbine kan deze windsnelheid op ashoogte worden gemeten, maar voor een nieuwe turbine zijn andere gegevens nodig. Het rekenvoorschrift voorziet hierin. Het KNMI heeft voor geheel Nederland een database opgesteld met de langjarige windgegevens op een hoogte tussen 80 en 120 m.

KNMI-DATA

De KNMI-data wordt voorgeschreven bij de prognose van het geluid van nieuwe turbines. Het is mogelijk om van eigen data uit te gaan, mits je kan aantonen dat deze tot nauwkeurige resultaten leidt. Dat laatste is in praktijk lastig.

Bij de controle achteraf wordt uitgegaan van de werkelijke windgegevens zoals geregistreerd door de te controleren windturbine. Bij ontwikkelaars van windparken speelt dan ook altijd de vraag of de KNMI-data voldoende representatief is. Wat nu als de getallen uit de database tot lagere geluidniveaus leiden dan de werkelijkheid? Zou hun park dan later te veel geluid maken? Of andersom, wat als de KNMI-data tot hoge geluidniveaus leidt die zich in werkelijkheid niet voordoen? Wordt dan onterecht een kleiner park gebouwd om aan de norm te voldoen die met een groter park ook zou worden gehaald?

MEER WETEN?
Neem contact op met een van onze adviseurs.

EMISSIETERM

De eigenaar van een windturbine is overeenkomstig de “Activiteitenregeling milieubeheer” verplicht de emissieterm te registreren gebaseerd op de effectieve werking van de windturbine gedurende het afgelopen kalenderjaar. Deze emissieterm bestaat uit een getal voor de dag-, avond- en nachtperiode en is samengesteld uit het geluidvermogenniveau gecombineerd met de jaarlijkse winddata.

Voor het geluidvermogenniveau kunnen de fabrikantspecificaties worden gebruikt of de in situ gemeten waarden met de eerder beschreven Nederlandse meetmethode. De jaarlijkse winddata dienen afgeleid te worden uit de registratie van de turbine. De door LBP|SIGHT ontwikkelde monitoringtool (de “Lden-monitor”) automatiseert de dataverwerking van alle productiedata, zodat ook voor de oudere, kleinere windturbines op eenvoudige wijze aan de wettelijke verplichtingen kan worden voldaan.

Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen in het tijdschrift Geluid – editie april 2017. 

Vakgebieden (1)

Medewerkers (1)

Adviseur Mike Dijkstra
Mike
Dijkstra
Adviseur geluid en trillingen