6 december 2023

Dit artikel verscheen eerder bij Bouwwereld

Strengere eisen brandveiligheid gevels en de gevolgen voor detaillering en materiaalkeuze

Op basis van nieuwe inzichten is een verandering van de bouwregels gepubliceerd, met als doel de brandveiligheid van gebouwgevels verder te verbeteren. Nieuwe eisen moeten voorkomen dat een gevelbrand zich via het buitenoppervlak of de gevelspouw tot grote hoogte kan verspreiden en daarmee onbeheersbaar wordt. In dit artikel nemen we de nieuwe eisen door en benoemen we de huidige eisen van zowel de brandklasse als weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) via geveltrajecten. Ook benoemen we enkele aandachtspunten om de gevolgen voor het ontwerp inzichtelijk te maken.

De brand in de Londense Grenfell Tower in 2017 heeft de bouwwereld wakker geschud: de brandveiligheid van gebouwgevels moest beter. In Nederland heeft men daarom onderzoeken uitgevoerd naar de brandveiligheid van gevels van de bestaande gebouwvoorraad en naar de huidige brandtesten – is hiermee goed te bepalen wat de mate van brandveiligheid van een gevel is.

Strengere eisen brandveiligheid gevels en de gevolgen voor detaillering en materiaalkeuze

MEER WETEN?
Neem contact op met een van onze adviseurs.

Wijzigingen van het besluit bouwwerken leefomgeving

Per 1 januari 2024 wordt het Bouwbesluit 2012 vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er zijn in december 2023 een aantal wijzigingen voor het Bbl gepubliceerd. Voor de brandveiligheid van de gevel zijn dit de volgende wijzigingen:

  • Brandklasse – het aanscherpen van de brandklasse van zowel de buitenafwerking van de gevel, als de gevelspouw.
  • Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) via geveltrajecten – nieuwe eisen aan het branduitbreidingstraject via de gevel en de gevelspouw.

De eisen gaan gelden voor nieuwbouwsituaties, ingrijpende renovaties en voor hoogbouw – maar dan afhankelijk van de gebruiksfunctie alléén voor geveldelen en gebouwdelen op meer dan 30 of 50 meter boven meetniveau. Vanaf wanneer deze eisen precies gaan gelden is nog niet bekend gemaakt.

Alternatieve methode om brandveiligheid gevels te beoordelen

Er wordt ook gewerkt aan een alternatieve bepalingsmethode. Op basis van een te verwachten gevelbrand kan in deze methode met brandproeven worden aangetoond dat een (moeilijk) brandbare gevel ook voldoende veilig is. Dit voorkomt dat gevels met brandbare materialen niet meer mogelijk zijn, terwijl deze misschien wel voldoende veilig zijn. Overigens duurt het nog even voordat deze nieuwe brandproef via het Bbl aangewezen wordt. De brandproef wordt namelijk beschreven in een praktijkrichtlijn (NPR) die op dit moment nog wordt ontwikkeld.

Brandklasse – de huidige eisen versus de nieuwe eisen van het bbl

Hieronder behandelen we de huidige eisen rondom de brandklasse, evenals de nieuwe eisen uit het Bbl.

Huidige eisen (zie ook afbeelding 1)

De huidige eis stelt het volgende: de basiseis voor de buitenzijde van de gevel is brandklasse D – of functieafhankelijk brandklasse C bij een (extra) beschermde vluchtroute. Afhankelijk van de hoogteligging van het geveldeel, de hoogste vloer én het risico op brandoverslag (NEN 6068) wordt in bepaalde gevallen een hogere eis gesteld: brandklasse B. Binnen de zone van een plasbrandaandachtsgebied geldt aanvullend brandklasse A2. Daarbij geldt voor deuren, ramen en kozijnen altijd brandklasse D.

Voor gebouwen met de hoogste vloer op meer dan 70 meter boven maaiveld – hoogbouw dus – wordt vaak de ‘Handreiking brandveiligheid hoge gebouwen’ toegepast. Hieruit volgt brandklasse B voor het buitengeveloppervlak, de deuren, ramen en kozijnen, met ten minste een ‘onbrandbare’ onderbreking bij compartimentsscheidingen.

Afbeelding 1

Afbeelding 1: huidige eisen aan de brandklasse schematisch weergegeven (eisen plasbrandaandachtsgebied niet weergegeven).

Nieuwe eisen

De brandklasse van de buitenafwerking van de gevel en geventileerde gevelspouw is met de nieuwe eisen aangescherpt naar brandklasse A2, voor een select aantal gebruiksfuncties. Brandklasse A2 betekent in feite dat alleen echt onbrandbare materialen mogen worden toegepast. Deze eis is dus een stuk zwaarder dan klasse B, waarbij moeilijk brandbare materialen mogen worden toegepast. Voor gebruiksfuncties met een bedgebied gaat altijd brandklasse A2 gelden voor geveldelen en geventileerde spouwen op meer dan 50 meter boven meetniveau.

Voor gebruiksfuncties met bedgebied én met een verhoogd risico (zie kadertekst onderaan) geldt daarbij aanvullend één van de twee volgende opties:

  1. De geveldelen en geventileerde spouwen op meer dan 30 meter boven maaiveld voldoen aan brandklasse A2.
    Óf:
  2. Er zijn minimaal twee trappenhuizen aanwezig. Bij ieder trappenhuis is een brandwerendheid van ten minste EW30 aanwezig vanaf buiten, in de richting van het trappenhuis.
    Voldoet het gebouw aan optie 2, dan hoeft het geveldeel tussen 30 en 50 meter boven maaiveld dus niet te voldoen aan brandklasse A2 – maar nog steeds wel ten minste aan brandklasse B. Voor het geveldeel op méér dan 50 meter boven maaiveld blijft brandklasse A2 gelden. Zie ook afbeelding 2.

Grenst een trappenhuis niet aan de gevel? Dan is de EW30-eis gehaald door de brandscheiding rond dit trappenhuis. Grenst een trappenhuis wel aan de gevel? Dan moet de gevel aantoonbaar voldoen aan EW30, van buiten naar binnen. Zie ook afbeelding 3.

Afbeelding 2: nieuwe eisen aan de brandklasse schematisch weergegeven, met beide hoogtegrenzen. De rechter situatie is van toepassing bij een bedgebied hoger dan 50 meter, de linker situatie is van toepassing bij een bedgebied met verhoogd risico op een hoogte van meer dan 30 meter.

Afbeelding 3

Afbeelding 3: Links: brandwerend wokkeltrappenhuis, EW30 wordt gehaald. Rechts: twee trappenhuizen grenzen aan de gevel, in de gevel is aantoonbaar EW30 van buiten naar binnen nodig.

Mee te nemen onderdelen van de gevelconstructie

De verschillende materialen in de gevelconstructie bepalen samen de brandklasse. Is een gevelconstructie opgebouwd uit materialen die elk op zich brandklasse B halen? Dan is het alsnog goed mogelijk dat de totale constructie niet voldoet aan brandklasse B. De gehele constructie presteert soms juist slechter doordat bijvoorbeeld verschillende materialen elkaar versterken bij brand. Ook het afdekken van een constructie die niet voldoet aan de juiste brandklasse met een dun of wegsmeltend materiaal, of met materiaal met naden, kan ertoe leiden dat de brandklasse van een gevel niet wordt gehaald. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij gepotdekselde gevelafwerking op houtskeletbouw (hsb).

Binnen de nieuwe eisen in het Bbl is hiervoor een oplossing: de delen van de gevelconstructie die EI15-brandwerend zijn afgescheiden, hoeven niet meegenomen te worden in de bepaling van de brandklasse. Dus, wordt een brandwerende plaat toegepast tussen een hsb-gevelelement en de buitenafwerking? Dan geldt de eis van brandklasse A2 alléén voor de buitenafwerking. Hierdoor blijven hsb-gevels ook boven 30/50 meter mogelijk. Deze eis is nu in het ontwerpbesluit opgenomen voor geveldelen boven de 30/50 meter – de praktische uitwerking ervan passen we nu ook al binnen projecten toe om aan brandklasse B te voldoen.

Ramen, deuren, kozijnen

De brandklasse van ramen, deuren, kozijnen én spouwfolies voor geveldelen op meer dan 30 of 50 meter boven maaiveld is aangescherpt naar brandklasse B. Deze aangescherpte eis gaat daar gelden waar de geveldelen moeten voldoen aan brandklasse A2, zoals eerder in dit artikel beschreven.

Voor de geveldelen waar géén brandklasse A2 wordt vereist, blijft brandklasse D dus gelden voor ramen, deuren en kozijnen (brandklasse B bij hoogbouw). Voor spouwfolie geldt dan in principe geen eis aan de brandklasse, maar deze moet wel worden uitgevoerd volgens het attest van de gevelafwerking.

Wbdbo via geveltrajecten – de huidige eisen versus de nieuwe eisen van het bbl

Hieronder behandelen we de huidige eisen rondom en de nieuwe eisen rondom de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo).

Huidige eisen

Zowel in het Bouwbesluit 2012 als in het Bbl staan nog geen specifieke eisen opgenomen aan het branduitbreidingstraject via de gevels. Binnen de wel opgenomen wbdbo-eisen – bijvoorbeeld tussen brandcompartimenten – moet dit traject uiteraard wel worden beschouwd. In het ontwerpproces is gelukkig al steeds meer aandacht voor dit traject. In de nog niet gepubliceerde praktijkrichtlijn NPR 6668 wordt dit traject straks expliciet beschreven.

Nieuwe eisen

De wbdbo via de gevel(spouw) voor een select aantal gebruiksfuncties op 120 minuten gesteld en wel vanuit een brandcompartiment:

  • richting een ander brandcompartiment;
  • richting een (extra) beschermde vluchtroute;
  • richting de niet-besloten ruimte van een veiligheidsvluchtroute.

De eis geldt vanuit een brandcompartiment naar een hierboven genoemde ruimte die 20 meter hoger ligt en waar brandklasse A2 in de gevel vereist is. Als bij zowel een brandcompartiment als een 20 meter daarboven gelegen ruimte brandklasse A2 in de gevel vereist is, dan geldt de wbdbo-eis dus niet tussen deze ruimten. Zie ook afbeelding 4.

Ligt een vloer op meer dan 50 meter boven meetniveau en ligt op deze vloer een gebruiksfunctie met bedgebied? Dan geldt volgens de nieuwe eisen altijd een wbdbo van 120 minuten richting deze vloer voor trajecten die deels of geheel via de gevel(spouw) voeren. Voor gebruiksfuncties met bedgebied en met een verhoogd risico (zie kadertekst) geldt daarbij aanvullend één van de twee volgende opties:

  1. Ligt een vloer op meer dan 30 meter boven meetniveau? Dan geldt een wbdbo van 120 minuten voor trajecten die deels of geheel via de gevel(spouw) voeren.
    Óf:
  2. Er zijn minimaal twee trappenhuizen aanwezig. Bij ieder trappenhuis is een brandwerendheid van tenminste EW30 aanwezig vanaf buiten, in de richting van het trappenhuis.

Voldoet het gebouw aan optie 2, dan geldt de wbdbo-eis in principe niet voor de vloeren die op een hoogte tussen 30 en 50 meter boven meetniveau liggen. Hier geldt zoals eerder beschreven ook de brandklasse A2 niet. De wbdbo-eis blijft echter nog steeds gelden richting vloeren met bedgebied die op meer dan 50 meter boven meetniveau liggen.

Afbeelding 4

Afbeelding 4: gebouw voldoet aan optie 1. In rood: geen 120 minuten wbdbo-eis. In groen: wel een 120 minuten wbdbo-eis.

Ontwerp

Wat houden de voorgestelde eisen nu in voor het ontwerp? Voor inpandige brandscheidingen en brandoverslag niet zoveel. Brandscheidende vloeren zijn vanuit het Bbl 60 minuten brandwerend. Tussen 20 meter boven elkaar gelegen brandcompartimenten zijn vaak meerdere 60 minuten brandwerende vloeren aanwezig, zodat hier automatisch wordt voldaan. Ook brandoverslag is niet kritisch, uitslaande vlammen zijn nooit 20 meter lang. Wél heeft de eis praktische consequenties voor gevelspouwen. De spouw loopt nu namelijk vaak door over meerdere bouwlagen. Door het schoorsteeneffect is er geen sprake van wbdbo door verticale afstand in de spouw. De gevelopeningen en spouwafsluitingen zijn vaak de zwakke plek richting de spouw. De spouwafsluitingen worden doorgaans wel zodanig uitgevoerd dat dit traject aan 60 minuten wbdbo voldoet. Om aan 120 minuten wbdbo te voldoen zijn waarschijnlijk extra fire barriers nodig, die op de overgang worden aangebracht tussen het lagergelegen geveldeel en het geveldeel dat moet voldoen aan brandklasse A2.

Hoogbouw vraagt ook om projectspecifieke maatwerkoplossingen. Binnen hoogbouw hebben woonfuncties namelijk vaak een onderlinge wbdbo van 30 minuten en is een sprinklerinstallatie aanwezig. De sprinklerinstallatie kan een reductie van de wbdbo van 30 minuten verdedigbaar maken, maar dan blijft van de 120 minuten wbdbo via de geveltrajecten alsnog 90 minuten over. Daarnaast worden in hoogbouwprojecten vaak gevelsystemen zonder spouw toegepast. Ook is een onbrandbare strook bij de compartimentsscheidingen voorgeschreven. Brandbare isolatie in de gevels wordt hierdoor al onderbroken. Of dit voldoende is om de 120 minuten wbdbo te halen, zal per project moeten worden bekeken.

Aandachtspunten

Samengevat kunnen we stellen dat de nieuwe eisen gevolgen hebben voor de detaillering van de gevelconstructie en de materialen die toegepast kunnen worden. Om de gevolgen inzichtelijk te maken, sommen we enkele aandachtspunten op:

  • De eisen hebben het over twee trappenhuizen, en niet over twee onafhankelijke vluchtroutes. We verwachten echter dat onafhankelijke vluchtroutes wordt bedoeld, het komt namelijk niet vaak voor dat een gebouw met een hoogte van meer dan 30 meter geen twee onafhankelijke vluchtroutes heeft.
  • De aangescherpte brandklasse geldt voor een geveldeel op 30/50 meter boven meetniveau, de wbdbo-eis geldt voor vloeren op 30/50 meter boven meetniveau.
  • Volgens NEN 6068 moet een brandscheiding gedurende de wbdbo-tijd in stand blijven. Wat houdt dat in? Als de wbdbo ergens in het gebouw 120 minuten wordt, gaat ook de weerstand op bezwijken naar 120 minuten. Voor de gebruiksfuncties waarvoor de wbdbo-eis van 120 minuten gaat gelden, is de eis aan de weerstand op bezwijken al 120 minuten. Deze kan dus niet meer gereduceerd worden met een lage permanente vuurbelasting.
  • Bij hsb-gevels is naar verwachting een brandwerende plaat in de gevelconstructie nodig om te kunnen voldoen aan de brandklasse.
  • Toepassing van pv-panelen in de gevel boven de 30/50 meter is niet mogelijk – bij ons zijn geen pv-panelen bekend die voldoen aan brandklasse A2.
  • De achterconstructie van de buitengevelafwerking blijft relevant. Als een materiaal getest is op een onbrandbare achtergrond (brandklasse A1), dan kan toepassing van materialen zoals een spouwfolie en/of hsb-achterconstructie ertoe leiden dat de gevel de brandklasse niet meer haalt – zelfs als de spouwfolie en de hsb voldoen aan brandklasse B.
  • Als de spouwfolie voldoet aan brandklasse B, dan geldt nog steeds de eis dat de gevelconstructie moet voldoen aan brandklasse A2. Immers: brandklasse A2 plus brandklasse B is niet direct aantoonbaar brandklasse A2.
    Voor houten deuren en kozijnen blijft extra aandacht vereist als deze aan brandklasse B moeten voldoen. De toepassing van kunststof kozijnen is niet meer mogelijk boven de 30/50 meter – bij ons zijn geen kunststof kozijnen bekend die voldoen aan brandklasse B.
  • Het toepassen van een fire barrier en/of een brandwerend kozijnkader dat de spouw blijvend afsluit, staat op gespannen voet met eventueel benodigde spouwventilatie en heeft ook gevolgen voor de afvoer van vocht in de spouw.

Alle genoemde brandklassen zijn conform NEN-EN 13501-1. Alle genoemde brandwerendheden zijn conform NEN 6069.

Gebruiksfuncties met bedgebied (vetgedrukt = verhoogd risico)

  1. Woonfunctie voor zorg met een G.O. van meer dan 500 m2.
  2. Anderde woonfunctie voor zorg.
  3. Bijeenkomst voor kinderopvang, met bedgebied.
  4. Celfunctie.
  5. Gezondheidszorgfunctie met bedgebied.
  6. Woonfunctie in een woongebouw.
  7. Andere woonfunctie.
  8. Logiesfunctie.

Vakgebieden (1)

Medewerkers (2)

Adviseur Jaco Verschoor
Jaco
Verschoor
Adviseur brandveiligheid
Adviseur Bram Kersten
Bram
Kersten
Adviseur brandveiligheid